| Openheid over seksualiteit is dé sleutel
‘Seksuele voorlichting: de kunst van het verstaan.’ Door Marieke Londema
Seks is genieten van jezelf, genieten van een ander, genieten van elkaar in lijfelijke zin. Je moet natuurlijk wel zorgen dat je geen ziekte oploopt, dat je niks doet wat een ander eigenlijk niet wil en dat je geen ongewenste zwangerschap veroorzaakt. Maar ook: weten dat je op allerlei manieren seks kunt beleven, dat je niet overal en altijd seksueel actief kunt zijn en dat je weet waar je eigen grenzen liggen! Het kan voor mensen met een verstandelijke beperking moeilijk zijn om dat allemaal te begrijpen. Toch is het belangrijk dat ook zij voorlichting krijgen. Erik Bosch en Ellen Suykerbuyk, specialisten op dit gebied, vertellen in een openhartig interview hoe belangrijk seksuele voorlichting is aan mensen met een verstandelijke beperking.
,,Seksualiteit als iets verrijkends, dat gun je iedereen. Ieder mens heeft daar recht op, óók mensen met een verstandelijke beperking,’’ stelt Erik Bosch. Erik Bosch is orthopedagoog. Samen met seksuologe Ellen Suykerbuyk geeft hij trainingen over bejegening, communicatie, relatievorming en seksualiteit. Eind vorig jaar gaven zij bij Zuidwester in Goes een tweedaagse training over het actuele thema ‘seksualiteit en relatievorming’. De bijeenkomst leverde enthousiaste reacties op; met bewoners praten over seksualiteit en relaties is blijkbaar lastig. Toch is het hard nodig, vinden Erik Bosch en Ellen Suykerbuyk. Het tweetal schreef er een informatief, prettig leesbaar en niets verhullend boek over, getiteld: ‘Seksuele voorlichting aan mensen met een verstandelijke handicap. De kunst van het verstaan.’ Het boek biedt begeleiders bruikbare (methodische) kapstokken bij het geven van seksuele voorlichting. Met hun boek en trainingen hopen zij het ijs te breken. Want: ‘Openheid over seksualiteit is dé sleutel’, benadrukken Bosch en Suykerbuyk.
‘Wat is seksualiteit nu eigenlijk?’ Ellen Suykerbuyk: ,,Seksualiteit is een breed begrip. Er zijn vier aspecten die belangrijk zijn: contact maken, hechten, intimiteit/geborgenheid en seksualiteit. De lijn van de liefde, eigenlijk. Seksualiteit is dus niet alleen maar geslachtsgemeenschap. Bij seks hoort ook aanraken, kussen, kijken, strelen en lekker tegen elkaar aanzitten. Wanneer je het lijfelijk goed met elkaar hebt, doet dat bovendien ook je psyche goed. Maar seksualiteit is ook: vrijen met jezelf, met een man of een vrouw. Hetero en homo kunnen zijn.’’ Erik Bosch: ,,Hoewel het een makkelijke vraag lijkt, ‘wat is seksualiteit?’ is het tegelijkertijd ook een moeilijke, omdat mensen zeer verschillend denken over seksualiteit. Dat heeft met een aantal zaken te maken, bijvoorbeeld met de opvoeding, normen/waarden en levensbeschouwing. Deze elementen kunnen een grote impact hebben op de ‘kijk’ naar seksualiteit. Wij pleiten altijd voor ruimte voor alle meningen op dat gebied. Wij leven in een pluriforme samenleving en daarbij kan een levensbeschouwende insteek bijvoorbeeld heel belangrijk zijn.’’
Praten over seks Mensen met een verstandelijke beperking hebben net als ieder mens seksuele gevoelens en zij willen deze gevoelens uiten. Wanneer zij op zoek zijn naar hun eigen seksuele identiteit hebben zij veel vragen over seks. Maar, seks is nog steeds een taboe en omgeven door schaamte, ondanks dat het praten erover de laatste tijd makkelijker gaat dan vroeger. ,,Het bespreekbaar maken van seksualiteit is een belangrijke eerste stap naar goede voorlichting. Een uitdaging voor de hulpverlener kan zijn om het taboe weg te nemen. Cliënten moeten weten dat ze met hun begeleiders kunnen praten over seks,’’ vindt Ellen Suykerbuyk. Het komt ook vaak voor dat cliënten vragen over seksualiteit achterwege laten, omdat ze moeilijk met taal uit de voeten kunnen. In het boek geven de auteurs aan hoe je als begeleider op vragen of signalen kunt reageren.
Wat valt er voor te lichten? Ellen Suykerbuyk: ,,Als je gaat kijken naar de lichamelijke seksuele ontwikkeling die er over het algemeen is - als er geen specifieke syndromen of neurologische afwijkingen zijn - dan is deze net zo ontwikkeld als bij mensen zónder een verstandelijke beperking. Onder cliënten is veel seksuele nood. Het niet kunnen hanteren van seksuele driften resulteert niet zelden in grensoverschrijdend gedrag (misbruik) en zelfbeschadiging. Zeventig procent van de mannen met een verstandelijke beperking weten niet goed hoe ze moeten masturberen (wat kan leiden tot zelfbeschadiging door ondermeer knijpgedrag) en vrouwen met een verstandelijke beperking komen er op dat punt nóg slechter vanaf. Seksuele voorlichting betekent voor deze mensen leren hoe ze deze behoefte, die er bij velen van hen daadwerkelijk is, op een normale manier te kanaliseren, zodat zij zichzelf niet meer beschadigen. Maar seksuele voorlichting is méér dan ‘hoe leer je vrijen met elkaar en hoe masturbeer je?’ Voorlichting is ook dat je mensen leert netjes te zijn op hun eigen lichaam, dat je geen vieze woorden roept door de gang, dat je leert wat hoort en niet hoort, dat je met een badjas aan over de gang gaat als je naakt bent en dat je de deur achter je dichtdoet als je op het toilet zit. Wat óók heel belangrijk bij seksuele voorlichting is, is dat mensen met een verstandelijke beperking leren eigen grenzen aan te geven. Want heel veel cliënten hebben een sociaal-emotioneel niveau geringer dan dat van een drie- of vierjarige. Die vinden het moeilijk om grenzen aan te geven, waardoor zij heel gemakkelijk te misbruiken zijn. Er is heel veel misbruik in Nederland, zestig procent van de mensen met een verstandelijke beperking wordt misbruikt. Voorlichting kan seksueel misbruik voorkomen.’’
De methodiek van de hermeneutische cirkel als hulpmiddel Het is de kunst seksuele voorlichting altijd aan te passen aan de belevingswereld en de vragen van de cliënt. In het boek ‘Seksuele voorlichting aan mensen met een verstandelijke handicap’ wordt de methode van de hermeneutische cirkel geïntroduceerd. Dat is in Nederland een tamelijk bekende methodiek geworden om vrij snel te onderzoeken welke vragen en hulpvragen die ene cliënt heeft op het gebied van seksualiteit, intimiteit, relatievorming en seksuele voorlichting. In de hermeneutische cirkel onderscheiden de auteurs de lichamelijke, de verstandelijke, de emotionele en de sociale ontwikkeling én de persoonlijke levensgeschiedenis. Aan de hand van verschillende praktijkvoorbeelden wordt de methodiek vervolgens uitgewerkt. Daarbij gaan ze onder meer in op het lichaamsbeeld, normen en waarden, relatievorming en weerbaarheid, op kanalisatie van seksuele gevoelens en masturbatie. Ook wordt aandacht besteed aan seksuele variaties, homoseksualiteit, seksualiteit en autisme, kinderwens en lichaamsbeleving. Ellen Suykerbuyk: ,,Vanuit een ‘holistische mensvisie’ wordt zoveel mogelijk uitgegaan van ‘het totaalbeeld van de cliënt’. Het gaat om het verhaal van die ene, unieke cliënt. In de ontmoeting met de cliënt ga je als begeleider op zoek naar seksuele (hulp)vragen.’’
Ellen Suykerbuyk vervolgt: ,,Heel vaak hoor je inderdaad van ouders ‘mijn kind heeft geen seksuele gevoelens, vooral niet voorlichten. En dan probeer ik altijd uit te leggen dat wanneer de lichamelijke ontwikkeling wel normaal ontwikkelt, het heel belangrijk is te kijken hoe de cliënt verder functioneert. Want als cliënten verstandelijk veel lager zitten, gaan ze op een heel andere manier om met het hanteren en de omgang van het eigen lichaam, dus ook de omgang met de eigen seksualiteit. Je moet kijken: hoe werkt dat nu bij hem/haar? Hoe functioneert hij/zij lichamelijk? Bijvoorbeeld: een vrouw met een volwassen seksuele beleving. Cognitief is ze misschien zes jaar, dat betekent dat ze nog niet een bewuste koppeling kan maken naar haar eigen seksualiteit. Op sociaal-emotioneel gebied zit ze nog lager, dus dat betekent dat ze ondersteuning nodig heeft om haar seksuele gevoelens op de juiste manier te leren hanteren. Als je dat plaatje helder hebt, dan kun je ook kijken hoe je kan omgaan met seksualiteit en voorlichting. Het kan zijn dat je bij sommige mensen niet verder komt dan ‘hoe heet alles aan je lichaam?’. Bij mensen met een ernstige verstandelijke beperking ben je al blij dat ze het verschil tussen een man en een vrouw kunnen opnoemen. Soms gaat voorlichting ook maar tot zover.’’
Slapende honden wakker maken? Erik Bosch: ,,Ik ken een man met een lichte verstandelijke beperking met een niveau van negen jaar. Hij gaat alleen op de fiets de stad in; sleutelt een auto in en uit elkaar. Een redzame man die in diverse instellingen heeft gezeten, maar op diverse plekken is verwijderd wegens grensoverschrijdend gedrag in de seksuele sfeer. Ik was de eerste begeleider die op zijn veertigste uitlegde hoe hij moest masturberen. Ik vraag mij af: Hoe zou het dan zijn met de mensen met een matige, ernstige of diepe verstandelijk beperking? Iedereen dacht: ‘hij weet wel waar Abraham de mosterd haalt’, maar dat is niet zo! De uitleg van een begeleider leidde tot regulatie van zijn problematiek. Daardoor kon hij het beter in banen leiden.’’
Ouders maken zich zorgen over de geseksualiseerde wereld waarin we nu leven. Niet alleen jongerenbladen, ook tv-programma’s en websites laten, wat seks betreft, niets onverhuld. Ouders zijn bevreesd voor de (negatieve) invloed die ervan uitgaat. Bij hen leeft ook vaak de gedachte ‘het is beter geen slapende honden wakker te maken, want dan krijgen we problemen in seksueel gedrag’. Ellen Suykerbuyk: ,,In de praktijk blijkt dus juist dat dit niet zo is! De meeste cliënten vertonen geen problemen in gedrag na voorlichting. Er zijn natuurlijk cliënten die wij heel bewust beperkt voorlichten, zo van: deze moet je niet wijzer maken, zoals het nu gaat, gaat het goed. Maar dat zijn cliënten waarbij van tevoren al duidelijk is dat er sprake is van seksueel afwijkend gedrag of seksueel probleemgedrag. Dan kies je er heel bewust voor om aangepaste voorlichting te doen. Kijk je naar mensen die lager functioneren, pas je ook de voorlichting aan. Je gaat net zo ver als nodig is, zodat ze in ieder geval voldoende weten om seksueel uit de voeten te kunnen. In de praktijk betekent dat vaak dat er dan meer accent op seksuele vorming gelegd wordt: wat mag wel en wat mag niet? Enzovoorts.’’
Erik Bosch: ,,Wat wij vaak horen bij zowel professionele ondersteuners als ouders/verwanten, dat zij zeggen ‘geen slapende honden wakker maken’. Ik kan je zeggen dat als je ze niet wakker maakt, dan laat je ze in de kou staan! Het is eigenlijk een schending van de mensenrechten! Als de ‘hond’ niet wakker wordt, was de behoefte er klaarblijkelijk niet. Dat is dan duidelijk. Wordt hij wel wakker, dan blijken het behoeftes te zijn die wij op een professionele manier moeten ondersteunen. Wanneer wij ze niet ondersteunen, dan kan dat leiden tot grensoverschrijdend gedrag.
Grenzen, óók voor begeleiders! Ouders stellen grenzen, maar ook voor begeleiders zelf zijn er natuurlijk grenzen: hoe ver ga je met seksuele voorlichting en met lijfelijk contact tussen jou en bewoners? Mensen met een verstandelijke beperking zijn vaak meer dan anderen gericht op lichamelijk contact. Dingen die wij als seksueel gericht ervaren, hoeven dat daarom helemaal niet te zijn. Bij seksuele voorlichting is het belangrijk dat een begeleider ook zijn eigen grenzen kent. Erik Bosch: ,,Het is belangrijk dat medewerkers met elkaar van gedachten wisselen over vragen ‘hoe dicht kom ik bij een cliënt en hoe hanteer ik grenzen? Omdat iedereen zijn eigen normen en grenzen heeft, zou het goed zijn als er in het team over seksualiteit gepraat wordt. Het is daarbij de kunst een katalysator te hebben die de discussie aanzwengelt en het thema ‘open’ maakt. Medewerkers zijn er vaak heel verlegen mee en het vraagt om ‘kleur bekennen’. En dan kom je ook bij de vraag ‘wat voor cultuur hebben wij met elkaar?’ én ‘wat voor cultuur máken wij met elkaar?’ Collega’s moeten van elkaar weten hoe ze over dingen denken en waar voor ieder grenzen liggen. Fijn trouwens als je je kwetsbaar durft op te stellen en in een team kunt zeggen ‘ik vind het moeilijk’. Belangrijk is dan wel dat in dat geval een collega de taak op zich neemt, zodat de vraag van de cliënt altijd centraal blijft staan!’’
Voorlichting kan seksueel misbruik voorkomen ,,Veel cliënten zijn ideale slachtoffers van seksueel misbruik’. Het gaat vaak om seksuele contacten vanuit een ongelijkwaardige machtspositie. De daders zijn vooral andere mensen met een verstandelijke beperking, mensen uit de thuissituatie van het slachtoffer en in mindere mate professioneel personeel. Een vierde groep daders wordt gevormd door mensen uit het dorp enzovoorts (bron: onderzoeksrapport NISSO). Ik zie een groot verband tussen het geven van een goede seksuele voorlichting – de positieve kant van seksualiteit – en het opsporen en voorkomen van misbruik. Want als je goede voorlichting geeft, spoor je misbruik op. Als je het opspoort, kun je het stoppen. Voorts is het zo dat je binnen de voorlichting de cliënten leert grenzen aan te geven. Dus naast het opsporen van misbruik kun je het ook voorkomen. Je geeft cliënten meer begrip. Ellen Suykerbuyk voegt toe: ,,Ouders vinden het over het algemeen fantastisch dat seksuele voorlichting óók inhoudt dat hun kinderen leren op een adequate manier hun grenzen aan te geven.’’ Voor degenen die werken met cliënten is het buitengewoon moeilijk om signalen te interpreteren. Begeleiders kunnen cliënten wél altijd uitleggen: ‘als er iets gebeurt, vertel het dan aan mij’. In het beleidsprotocol binnen een organisatie moet altijd vermeld staan, wat er wordt gedaan aan preventie van misbruik én wat moet gebeuren als misbruik wordt geconstateerd of vermoed.
Alles start met visie! Een organisatie die zijn verantwoordelijkheid niet neemt en geen heldere visie over seksualiteit en intimiteit formuleert, kan zich weinig professioneel noemen,’’ stelt Erik Bosch. ,,De cliënt heeft recht op een door allen gedragen en uitgedragen visie. In een moderne visie zeggen wij: ‘de mens/de cliënt die aan onze zorg is toevertrouwd, mag zijn leven leiden op de manier waarop hij/zij dat graag wil (eigen regie). De cliënt staat altijd centraal.’ Binnen een visie praten over openheid komt op een positieve manier tegemoet aan dit thema. Positief is al dat wij de laatste tijd zien dat organisaties in de zorg de cliënt óók op het gebied van seksualiteit en intimiteit willen ondersteunen (support).’’ Seksuele voorlichting: een kwestie van ‘gewoon doen’! |

|